Op 7 juli 2020 heeft de Eerste Kamer de Wet Ambulancezorgvoorzieningen als hamerstuk afgedaan. In dit bericht nemen we je in het historisch overzicht mee in het proces van de afgelopen jaren dat uiteindelijk in de Wet Ambulancezorgvoorzieningen heeft geresulteerd. Aansluitend zijn de hoofdlijnen van de nieuwe wet in dit bericht geschetst, evenals het vervolg in de komende maanden in de vorm van het Besluit en de Regeling Ambulancezorgvoorzieningen die nog in voorbereiding zijn.

Historisch overzicht

De Wet Ambulancezorgvoorzieningen kent een lange aanloop, die in 1962 begon bij een groot treinongeluk bij Harmelen waarbij bleek dat het ambulancevervoer niet goed georganiseerd was.

Wet Ambulancevervoer

In 1971 is de Wet Ambulancevervoer vastgesteld en gefaseerd in werking getreden. Deze wet regelde de inrichting van veertig CPA’s, Centrale Posten Ambulancezorg, die de zorg moesten coördineren. De provincies waren verantwoordelijk voor de spreiding en capaciteit van ambulances en er werden eisen gesteld aan personeel en materieel.

‘Met zorg verbonden’

In 1997 hebben de ministers Borst (VWS) en Dijkstal (BZK) de nota ‘Met zorg verbonden’ gepresenteerd. Deze nota heeft betrekking op de spoedeisende medische hulpverlening bij ongevallen en rampen en in het bijzonder de ambulancezorg en de traumazorg. ‘Met zorg verbonden’ introduceert onder andere de organisatie RAV (Regionale Ambulancevoorziening) als gewenste toekomstige organisatiestructuur.

Wet Ambulancezorg

Onder verantwoordelijkheid van minister Hoogervorst van VWS is in 2004 de Wet Ambulancezorg naar de Tweede Kamer gestuurd. De Tweede Kamer behandelde het wetsvoorstel in maart 2006 en heeft het toen aangenomen. Een van de belangrijkste amendementen was dat er geen sprake meer zou zijn van aanbesteding maar van vergunningverlening.

De behandeling van de wet ligt vervolgens geruime tijd stil. De Eerste Kamer heeft een aantal keren vragen gesteld aan minister Klink van VWS. Eind 2008 behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel en neemt het op 2 december zonder stemming aan.

(Eerste Kamer dossier 29.835: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/29835_wet_ambulancezorg)

Tijdelijke wet ambulancezorg

De uitwerking van de wet in een ministeriële regeling en een besluit, om onder andere de procedure van vergunningverlening te regelen, kost veel tijd en stuit op Europeesrechtelijke bezwaren. In augustus 2011 dient minister Schippers van VWS daarom een nieuw wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer, de Tijdelijke wet ambulancezorg. Een wet met een looptijd van vijf jaar, die regelt dat aanbieders van ambulancezorg een aanwijzing krijgen van de minister van VWS voor het verlenen van ambulancezorg.

Op 12 maart 2012 heeft de Tweede Kamer de Tijdelijke wet ambulancezorg aangenomen, op 24 april 2012 deed de Eerste Kamer het wetsvoorstel als hamerstuk af. De Wet Ambulancezorg is nooit in werking getreden en kwam te vervallen bij de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz) op 1 januari 2013.

Met de inwerkingtreding van de Twaz:

  • zijn RAV’s als enige rechtspersoon verantwoordelijk voor de ambulancezorg in hun verzorgingsgebied, de RAV-regio;
  • is de RAV verantwoordelijk voor de instandhouding van een meldkamer en het verlenen van ambulancezorg;
  • is de RAV een zorginstelling conform de WTZi (Wet Toelating Zorginstellingen) en daarmee aanspreekbaar op:
  • beschikbaarheid en bereikbaarheid,
  • professionele, kwalitatief hoogwaardige en veilige zorg en
  • patiëntenparticipatie en goed bestuur.

Met de tijdelijkheid van de Twaz werd beoogd om gedurende de vijf jaar looptijd tot structurele wetgeving voor de ambulancezorg te komen op een manier die recht doet aan de uitgangspunten die met het parlement zijn besproken én die past binnen de Europese wet- en regelgeving.

(Eerste Kamer dossier 35.854: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/32854_tijdelijke_wet_ambulancezorg)

Verlenging en wijziging van de Tijdelijke wet ambulancezorg

Begin 2016 gaf minister Schippers van VWS bij de Tweede Kamer aan voornemens te zijn de Tijdelijke wet ambulancezorg te verlengen. De reden is dat er nog te veel onzekerheden zijn over de inrichting van de keten van acute zorg en de rol die zorgverzekeraars daarbij kunnen vervullen en over de ontwikkeling van de multidisciplinaire samenwerking en taakuitvoering op de meldkamers.

Het wetsvoorstel tot Verlenging en wijziging van de Tijdelijke wet ambulancezorg is op 30 mei 2017 door de Tweede Kamer aangenomen, minister Van Rijn was op dat moment minister van VWS, en op 10 oktober 2017 door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan. De Twaz is hiermee met een periode van maximaal drie jaar tot uiterlijk 1 januari 2021 verlengd.

Ook is van de gelegenheid gebruik gemaakt het begrip ambulancezorg te verhelderen.

(Eerste Kamer dossier 34.623: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/32854_tijdelijke_wet_ambulancezorg)

Wet ambulancezorgvoorzieningen

Vlak voor de zomer van 2019 heeft minister Bruins, minister voor Medische Zaken en Sport, in een brief aan de Tweede Kamer de contouren van de toekomstige wetgeving voor de ambulancesector geschetst. In het najaar van 2019 heeft het ministerie van VWS de eerste conceptwetteksten met betrokken gedeeld en besproken. Dit heeft geresulteerd in een voorstel Wet Ambulancevoorzieningen, dat op 26 mei 2020 bij de Tweede Kamer is ingediend.

De Tweede Kamer heeft op 30 juni 2020 het wetsvoorstel met algemene stemmen aangenomen, de Eerste Kamer heeft de Wet ambulancezorgvoorzieningen op 7 juli 2020 als hamerstuk afgedaan.

(Eerste Kamer dossier 35.471: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35471_wet)

De Wet ambulancezorgvoorzieningen

De Wet ambulancezorgvoorzieningen biedt zekerheid over ambulancevoorzieningen in de toekomst en waarborgt de continuïteit en kwaliteit van de ambulancevoorzieningen.

Net als in de huidige situatie is er per veiligheidsregio één aanbieder. Deze heeft het alleenrecht én de plicht om in de veiligheidsregio ambulancezorg te leveren. De zorgverzekeraar heeft zorgplicht en vervult de inkooprol in de gehele acute zorg. De rollen van ambulancevoorziening en zorgverzekeraar samen borgen de continuïteit van de ambulancezorg als onderdeel van de keten van acute zorg.

De huidige aanbieders van ambulancezorg hebben krachtens artikel 6 van de Twaz een aanwijzing voor het verlenen van ambulancezorg. Als de Wet ambulancezorgvoorzieningen in werking is getreden behouden deze aanwijzingen hun geldigheid. Met andere woorden, de huidige aanwijzing wordt (stilzwijgend) verlengd.

Met het oog op de continuïteit van de ambulancezorg wordt ook de inkoop van ambulancezorg door zorgverzekeraars in representatie voortgezet. Dat betekent dat de twee grootste zorgverzekeraars in de regio namens alle zorgverzekeraars inkopen.

De regering is van oordeel dat de ambulancezorg in Nederland aangemerkt kan worden als een niet-economische dienst van algemeen belang (NEDAB). Het gevolg hiervan is dat de bepalingen met betrekking tot het vrij verkeer uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet van toepassing zijn.

Vervolg

Besluit ambulancezorgvoorzieningen

Het ministerie heeft een Besluit ambulancezorgvoorzieningen in voorbereiding. Dit besluit regelt:

  • het terugontvangen van informatie over de patiënt van de SEH door de RAV met het oog op kwaliteitsbewaking, -bevordering en -verbetering binnen de ambulancezorg
  • wijzigingen in andere wetgeving als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, waaronder:
  • het Besluit Beschikbaarheidsbijdrage WNG (bekostiging vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Waddeneilanden)
  • het Besluit Personenvervoer 2000
  • het Besluit Uitbreiding en Beperking werkingssfeer WMG
  • het Besluit Wmcz 2018
  • het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992
  • het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994
  • het Uitvoeringsbesluit WTZi

Het ministerie streeft ernaar het Besluit aan het einde van de zomervakantie voor te leggen aan de Raad van State.

Ministeriële regeling

Op 2 juli 2020 is de ministeriële regeling in internetconsultatie gegaan, deze sluit op 15 september 2020. Het ministerie van VWS heeft hierbij de volgende vragen voorgelegd, ingegeven door de discussie in de Kamer en het veld:

  1. Acht u de kwaliteit en beschikbaarheid van de ambulancezorg met deze regeling en de kwaliteitskaders van de sector voldoende geborgd? Zo nee, welke suggesties heeft u ter verbetering?
  2. Acht u met de in artikel 7 beschreven zorgdifferentiatie en de kwaliteitskaders van de sector de kwaliteit en beschikbaarheid van ambulancezorg voldoende geborgd? Zo nee, welke suggesties heeft u ter verbetering?
  3. Zitten er voldoende stimulansen in de regeling en de kwaliteitskaders van de sector voor innovatie en doelmatigheid? Zo nee, welke suggesties heeft u ter verbetering?
  4. Heeft u andere suggesties bij de regeling?
  5. Heeft u overige opmerkingen naar aanleiding van de regeling?

Na verwerking van de resultaten van de consultatie stuurt het ministerie van VWS de regeling naar de Eerste en de Tweede Kamer.